Berichten

Wat betekent de uitspraak van de Raad van State voor onze plannen?

De normen voor windmolens liggen momenteel onder een vergrootglas. Door een uitspraak van de Raad van State in windpark Delfzijl moeten de Nederlandse normen opnieuw onderzocht worden, omdat er voor nieuwe windparken niet meer mag worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. Critici van windmolens grijpen de uitspraak aan om te proberen windprojecten stil te laten leggen of te vertragen, door op te roepen om te wachten op de Rijksoverheid. De Rijksoverheid geeft echter aan dat gemeenten ook lokale normen kunnen opstellen. Voordeel daarvan is dat de normen opnieuw tegen het licht worden gehouden. Daar krijgen we betere regels van, die beter zijn te handhaven.  Initiatiefnemers, zoals coöperaties, zien hier een kans om in gesprek te gaan met de omgeving en tot maatwerk te komen.

 

Omgevingsproces kan doorgaan

Voor het windproject Noorder IJ-plas en Cornelis Douwesterrein is op 5 juli het participatieproces voortgezet. In dit proces is het doel om te komen tot een voorkeursopstelling door een gedetailleerd onderzoek (milieueffectrapportage) naar de mogelijkheden van verschillende windmolen-opstellingen, en de impact daarvan op de omgeving. We willen in overleg met de omgeving een goed optimum vinden tussen de hoeveelheid opgewekte energie, en het beperken van eventuele hinder door geluid en slagschaduw.

De gemeente Amsterdam heeft op 5 juli aangegeven dat het belangrijk is dat dit participatieproces doorgaat, zodat het gesprek over de impact van een eventueel windpark vorm krijgt en houdt. Geluid en slagschaduw zijn hier een belangrijk onderdeel van.

 

Hoe kunnen we lokaal maatwerk leveren?

We willen het proces met de omgeving en de resultaten van de milieueffectrapportage voor het project inzetten om te komen tot ‘Amsterdamse’ en een voorkeursvariant. Omdat dit een specialistische en zorgvuldige onderbouwing behoeft, werken we samen met adviesbureau Bosch & van Rijn. Indien de gemeente ervoor kiest om zelf gekozen normen te hanteren, moeten deze zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering.

De geluidsstudies houden rekening met geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) in de omgeving.

Dit proces kan sneller verlopen dan het wachten op de normstelling van de Rijksoverheid. Vanuit het Rijk komt er bovendien ondersteuning van gemeenten en provincies bij het motiveren van de besluiten over eigen normstelling (website en helpdesk).

Amsterdam Wind vindt het een voordeel dat de gemeente zelf de regie behoudt over de snelheid en het proces. We kunnen op deze manier doorgaan met de omgevingsberaden en we kunnen bovendien veel locatie-specifieker te werk gaan, wat aansluit bij vragen van omwonenden tijdens het eerste omgevingsberaad.

Hoe kan de milieueffectrapportage eruit zien?
De milieueffectrapportage is bedoeld als onderbouwing bij de vergunningaanvraag, om ruimtelijke afwegingen te kunnen maken, en bevat onderzoeken naar de effecten van het windpark, zoals geluid en slagschaduw. In de Notitie Reikwijdte en detailniveau (het vertrekpunt voor de milieueffectrapportage) beschrijven we hoe we dit willen gaan doen. In de vergunningaanvraag komt een onderbouwing van de gekozen voorkeursvariant en normstelling.

 

Meer informatie

Veel gestelde vragen over de geluidnorm 

  • Kunnen we niet de WHO norm van 45 dB gebruiken? Voor het toepassen van welke norm dan ook geldt dat er een nadere onderbouwing nodig is. Deze onderbouwing dient vervolgens te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag, die vervolgens een afweging kan maken of het project daarmee ruimtelijk aanvaardbaar is. Dit geldt dus ook voor de WHO-norm.
  • Kunnen we geen andere Europese normen gebruiken? Er zijn geen uniforme Europese normen voor het beoordelen van geluid. Het gaat erom een bepaalde mate van geluidsbelasting te vinden die acceptabel is voor Nederland, passend bij de energiedoelstellingen die we hebben.

Achtergrond

De RvS heeft gesteld dat de landelijke normen voor windmolens in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zijn getoetst via een milieueffectrapport, en nu niet meer bruikbaar zijn, totdat ze getoetst zijn.