Waarom windmolens?

Windenergie is schoon en komt uit een bron die nooit opraakt. De CO2-uitstoot is 50 keer lager dan van die van ‘grijze’ stroom. Grote windmolens kunnen overlast geven voor omwonenden, maar er zijn manieren om dat tegen te gaan.

Windturbines wekken stroom op zonder de lucht te vervuilen, zonder het klimaat te belasten en zonder grondstoffen uit te putten. Wel komt er wat CO2 vrij bij het bouwen, onderhouden en afbreken van de turbine, maar na 3 tot 6 maanden draaien heeft een turbine die hoeveelheid CO2-uitstoot al bespaard.

Tijdens de hele levensduur van een windturbine, 20 jaar, produceert deze tot 80 keer zoveel energie als er nodig is om er één te bouwen.

Op wattisduurzaam.nl staat een mooi filmpje over de werking van windmolens.

Om onze klimaatdoelen te halen en om energie-onafhankelijker te worden, hebben het Rijk en de provincies afgesproken dat er in 2020 meer windmolens in Nederland moeten staan. Het gaat om 6.000 MW aan opgesteld vermogen. Een moderne windmolen heeft een vermogen van ongeveer 3-4 MW. Het aantal geplande windmolens is verdeeld over de provincies.

Zijn we er dan?
Nee. Met die windmolens, veel zonnepanelen en nog meer vormen van duurzame energie wekken we dan 14 procent van onze energie duurzaam op. Dan hebben we dus nog 86 procent te gaan.

We zijn ook voor wind op zee. Maar we vergeten wel een dat de Noordzee een uiterst gevoelig natuurgebied is. Er is bovendien ruimte nodig voor visserij en zeevaart.

Om klimaatdoelen te halen, en om toekomstige generaties een toekomst te geven, is er meer nodig dan alleen wind op zee.

De coöperaties die samen Amsterdam Wind vormen zetten zich ook – of vooral – in voor de opwek van stroom met zonnepanelen.

Ideaal is de combinatie van wind en zon. Op donkere dagen waait het juist vaak, en andersom is er op zonnige dagen vaak minder wind. Dat draagt bij aan de leveringszekerheid.

En om tot slot een idee te geven van de kracht van wind: één windmolen van 3 MW wekt evenveel stroom op als 25.000 zonnepanelen.

We kunnen nog veel meer daken volleggen met zonnepanelen, maar het aantal daken is begrensd. En het gaat langzaam. Niet alle daken zijn geschikt zijn en niet alle eigenaren werken mee. Bovendien zullen we met alleen zonne-energie niet kunnen voorzien in onze stroomvraag: de zon schijnt immers niet altijd. Wind en zon vullen elkaar aan.

Windmolens zijn een bewezen, efficiënte technologie om duurzame energie op te wekken. Zo voorkomen we veel CO2 uitstoot.

De productie van een windmolen is energetisch gezien in 3 tot 6 maanden terugverdiend en zorgt dus voor weinig CO2 uitstoot vergeleken met andere vormen van energieopwekking.  Het staal en de metalen kun je bovendien steeds beter recyclen. Het recyclen van de wieken is in ontwikkeling.

Windenergie gaat goed samen met zonne-energie, want als de zon schijnt is het vaak windstil en andersom. Windmolens leveren ook ‘s nachts en ‘s winters stroom.

Tot slot nemen windmolens weinig ruimte in ten opzichte van zonnevelden. Ook hun letterlijke voetafdruk is klein. Om de voet van de windmolen heen kan de natuur zijn gang gaan, dieren zijn er nauwelijks van onder de indruk en boeren kunnen rondom weer hun groentes telen.

Als het niet waait, is er geen stroom. Er is dus back- up nodig.

Windmolens maken geluid en produceren slagschaduw. Windmolens mogen daarom niet te dicht bij woningen.

Tenslotte kunnen windmolens vogels doden of ze (tijdelijk) verjagen. Het aantal gedode vogels valt in het niet bij het aantal slachtoffers als gevolg van het verkeer of huiskatten. Molens staan tegenwoordig niet meer in aanvliegroutes of fourageerplekken (plekken waar vogels eten) van vogels.

Waarom AmsterdamWind?

Amsterdam Wind is een samenwerking van vier Amsterdamse energiecoöperaties om windmolens te realiseren voor en door Amsterdammers. In coöperatieve vorm.

De concrete aanleiding was een plan voor windmolens langs de Noorder IJ-plas. Als de gemeente besluit om meer windmolens te bouwen in en rond Amsterdam. zijn wij graag bereid die coöperatief te helpen ontwikkelen

Dat doen we in samenspraak met zo veel mogelijk inwoners van Amsterdam. De baten gaan terug naar de directe omgeving van de molens en – in de vorm van rente – naar iedereen die mee investeert.

De Rijksoverheid heeft haar eigen rijksprojecten op zee en grotere windparken op land, zoals in Eemshaven en Drenthe. Daarnaast zijn extra windlocaties op het vaste land nodig om onze klimaatdoelen te halen.

In Nederland moeten de Regio’s in juni 2021 komen met hun plannen voor duurzame energie opwekking. Elke stad, regio, en dorp heeft zijn verantwoordelijkheid om daaraan bij te dragen. In Amsterdam leven veel mensen die samen veel energie gebruiken. We zullen die energie niet allemaal in het meer landelijke gebied of op zee kunnen opwekken. Daarvoor gebruiken we simpelweg teveel stroom.

De gemeente Amsterdam onderzocht waar er mogelijk molens kunnen komen. Ze wees zeven zoekgebieden aan.

De gemeente liet onderzoeken welke locaties er technisch en wettelijk geschikt zijn voor windmolens. Dat onderzoek richt zich op belemmeringen zoals hoogspanningslijnen en aanvliegroutes, maar ook naar woningen in de buurt. Er is berekend hoeveel geluid er op de gevels van woningen terecht kan komen. Als dat jaargemiddeld meer dan de wettelijke norm van 41 dB is, valt de locatie af.

Zo ontstaan er minimale afstanden tot woningen, in cirkels rondom de windmolen. Binnen de zoekgebieden kun je nog van alles schuiven om, in samenspraak met omwonenden, tot een optimaal ontwerp te komen.

Ja, maar het gaat nadrukkelijk wel om zoek-gebieden. De gemeente stelde nog niets vast. Ook binnen de zoekgebieden wees ze nog geen definitieve plekken voor de molens aan.

De gemeente zal met behulp van enquêtes, participatieavonden en breder onderzoek bepalen wat wel of geenwenselijke gebieden voor windmolens zijn. En wat de volgorde is voor eventuele ontwikkeling. Bij het vaststellen van de locatie kijkt de gemeente naar 4 aspecten:

  • de hoeveelheid opgewekte energie
  • het draagvlak
  • de effecten op landschap en natuur
  • de ruimte op het elektriciteitsnet.

Ja, de gemeente Amsterdam staat open voor inspraak over de zoekgebieden. Klik voor meer informatie.

In het voorjaar van 2021 stelt de Amsterdamse gemeenteraad de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 vast. Inspraak is mogelijk in de commissiebehandeling. Afhankelijk van het besluit kijkt de gemeente in welk gebied en onder welke voorwaarden ze met wie of welke partij wil samenwerken. Dat kan een commerciele partij zijn, of een coöperatieve partij, waarbij Amsterdammers zeggenschap houden en eigenaar worden.

Bij de gemeente Amsterdam, de afdeling woon- en leegomgeving.

Het tegengeluid is soms harder dan dat van de voorstanders. Je zou het daarom misschien niet zeggen, maar de meerderheid van de Amsterdammers staat positief staat tegenover windmolens:

De gemeente Amsterdam verkent de mogelijkheden. In de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 is de doelstelling opgenomen om 50 MW extra opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het grondgebied van Amsterdam. Dit komt neer op 17 windturbines in de 3 MW-categorie of meer in de 2 MW-categorie.

Pondera deed een haalbaarheidsstudie naar windmolens in Amsterdam Noord. Daaruit zijn een aantal locaties in en om Amsterdam gekomen die wettelijk en technisch geschikt zijn. Nu volgt een landschappelijke en maatschappelijke analyse.

Als Nederland tekenden we  het Klimaatakkoord van Parijs. Vervolgen tekenden we in Nederland, met 75 deelnemende organisaties een nationaal Klimaatakkoord.

De Rijksoverheid vraagt aan iedere regio om een substantieel aandeel duurzame energie op te wekken op het eigen grondgebied, en geeft daarvoor de regie en de regios’. Die mogen zelf met een plan komen.

De gemeente Amsterdam is onderdeel van de energieregio Noord-Holland Zuid en zegde toe circa 17 nieuwe windmolens en zonnepanelen op de helft van alle geschikte daken in 2030. Zo kan de stad voorzien in 80% van de stroomvraag van Amsterdamse huishoudens. Dat ziet de gemeente als haar verantwoordelijkheid en als een noodzakelijke stap om in 2040 klimaatneutraal te zijn.

Door de aanvliegroutes voor de luchthaven Schiphol geldt een hoogtebeperking van 146 meter voor bijna alle windmolens in Amsterdam, en in ieder geval voor het zoekgebied Noorderijplas.

Nee, elke stad en elk dorp zal een bijdrage moeten leveren.

Bovendien zien de buurgemeenten ons al aankomen.

Wel is het zo dat De Regio Noord Holland Zuid een geringere opgave heeft dan minder druk bevolkte regio’s. Dat het bij ons al druk en vol is, daar is dus rekening mee gehouden

We zijn overigens niet de eerste of enige stad met windmolens. Er staan al windmolens in Nijmegen en Deventer. Ook in Utrecht wil de raad windmolens nabij de stad plaatsen.

Windmolens aan de Noorder IJ-plas en Cornelis Douwesterrein

Als de plannen maatschappelijk haalbaar zijn is dit de planning:

Ja zeker, graag zelfs.

We nodigen iedereen uit om met ons mee te denken en input te leveren op diverse onderdelen. Met als doel om tot een optimaal te plan te komen, en een voor iedereen acceptabele landschappelijke inrichting.

In 2020 maakten we een Participatieplan, wat we deelden en waar een aantal Amsterdammers op reageerde. Al die input verwerkten we tot een Participatieplan Noorder IJ-Plas en Cornelis Douwesterrein.

Het doel van het plan is dat we samen belangrijke beslissingen nemen, bijvoorbeeld over het aantal te plaatsen molens en hoe we overlast van de molens gaan beperken.

We gaan het hebben over verschillende manieren van meedoen, in de vorm van mede-eigenaarschap, of de stroom afnemen. En we gaan het bijvoorbeeld ook hebben over hoe we de winst van de molens terug laten komen in de buurt. Gaan we daarmee de natuur versterken? Of zijn er andere zaken die spelen, waar we de gelden beter aan kunnen besteden?

Lees hier een kort verslag van de participatieavond.

Vanaf de zomer 2021 organiseren we een viertal omgevingsberaden, waar 40 bewoners en organisaties uit de buurt aan deelnemen.

Het eerste omgevingsberaad was op 5 juli 2021 en stond vooral in het teken van kennis maken, vragen inventariseren en informatie delen. Er zijn door deelnemers op de avond veel vragen gesteld, die allemaal zijn vastgelegd. Ook was er gelegenheid om per mail aanvullende vragen te stellen. Er is een Vraag-en-Antwoord-document in 2 stappen opgesteld.

Het tweede omgevingsberaad vond plaats op 20 september 2021 en was erop gericht om te bespreken en bepalen welke onderwerpen onderdeel moeten zijn van de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Het NRD is namelijk het vertrekpunt van de milieu-effect rapportage (MER) en beschrijft wat voor het MER allemaal onderzocht gaat worden.

Omdat we inmiddels van start zijn gegaan met de omgevingsberaden, is het niet meer mogelijk om hieraan deel te nemen. Dat betekent niet dat je geen invloed meer hebt. Ook als je niet deelneemt kun je namelijk nog invloed hebben op het project. Bij een MER procedure zijn er twee inspraakmomenten. De eerste is wanneer de NRD ter inzage wordt gelegd en de tweede wanneer de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage gaat.

Wil je graag weten wanneer dat is? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief via deze link. Of kom langs bij ons op de Kometensingel 152.

Hinder en weerstand

Of er windmolens, of niet, dat is niet aan ons. Dat is aan de politiek en de samenleving.

Als ze er komen werken we graag mee aan de ontwikkeling. Omdat we als energiecooperaties een bijdrage willen leveren aan de energietransitie van fossiel naar duurzaam. En omdat we het belangrijk vinden dat we er als Amsterdammers iets over te zeggen hebben. En dat de winst van de molens naar de stad terugkeert.

Natuurlijk begrijpen we dat er weerstand is. Als projecten ingrijpen in het landschap, is er bijna niemand van het begin af aan vóór. Dat geldt voor snelwegen, kerncentrales en woonwijken. Ook windmolens veranderen de  leefomgeving. Wat overigens niet wil zeggen dat iedereen tegen is.

Liever willen we niet verzanden in een discussie van voor en tegen. Daarvoor zijn de aanmelding en het onderliggende probleem te groot: te belanghebbend voor volgende generaties. Daarom gaan we graag en met iedereen in gesprek. Vooral met omwonenden. Iedereen die wil kan meepraten en dus ook mee beslissen. En mede-eigenaar van de molens worden. En mee profiteren van de winsten die voor een deel terugvloeien naar de directe omgeving.

Een windmolen is niet alleen een obstakel, maar kan op deze manier ook bijdragen aan de versterking of verrijking van de omgeving of het natuurlijke landschap.

Niet iedereen went aan windmolens, maar verreweg de meeste mensen wel. Overleg en inspraak zijn belangrijke voorwaarden.

Een mooi voorbeeld zijn de windmolens in de Betuwe. Daar was de nodige weerstand. Mensen wilden zelfs verhuizen maar moeten nu toegeven dat ze’ zelfs een beetje van de molens zijn gaan houden’.

De Correspondent haalt in Factcheck: ‘Windmolens veroorzaken gezondheidsschade bij omwonenden diverse onderzoeken aan naar onder andere het zogenaamde nocebo-effect: als je bang bent om ziek te worden van een windmolen, of een snelweg, dan is de kans groot dat je er ook daadwerkelijk klachten ervaart. Als je negatief over de windmolens bent, en je je minder gezond voelt ben je ook eerder geneigd de oorzaak te zoeken bij de windmolens. Dat neemt niet weg dat je die klachten ook daadwerkelijk hebt. Of je daadwerkelijk stress ervaart. Dat je er écht ziek van kunt zijn.

Zeeland is gewend aan zijn kerncentrale. Leidsche Rijn is gewend aan de verdubbelde A2. Ook het wonen naast een windmolen went.

Een aantal bewoners hoeft niet te wennen, want is bij voorbaat al voorstander. Iets wat bij de aanleg van een snelweg, een nieuwe woonwijk of industrie vrijwel nooit het geval is.

Elise Olde Monnikhof onderzocht: Geluidsoverlast, een verpest landschap en slagschaduw van de wieken: het zijn veelgehoorde klachten over windturbines. Maar hebben omwonenden daar nou écht last van?

Onderzoek bij de Zuiderburen laat zien dat ondanks negatieve berichtgeving in de pers, windmolens een groot draagvlak hebben.

Het onderzoek van de Hogeschool West-Vlaanderen wijst op het verschil in houding tegenover windturbineparken voor en na de bouw ervan. Na de bouw van het windturbines zijn omwonenden een stuk positiever. 

Zeker, dat is echt niet fijn.

En daarom plaatsen we sensoren op de windturbines. Bij laagstaande zon zetten die de turbine stil. Dat heet een stilstandregeling. Zodra de schaduw over een woning heen draait vallen de wieken stil. Het resultaat is dat er maximaal een half uur per jaar slagschaduw kan zijn. Dat dat is 0,0005% van de tijd, oftewel 0,2 seconde in een uur. Helemaal geen slagschaduw is technisch helaas niet mogelijk doordat de wieken stilgezet moeten worden, dat duurt een paar seconden per keer.

De zon schijnt op een windmolen waardoor achter de molen schaduw valt. Als de wieken dan draaien, beweegt die schaduw ook. Die bewegende schaduw heet slagschaduw. Mensen kunnen daar last van hebben als die schaduw bijvoorbeeld over een raam van het huis gaat.

Slagschaduw ontstaat vooral in de lente en de herfst. De zon staat dan lager, terwijl de zon nog wel met enige regelmaat schijnt. In de winter staat de zon nog lager en is de schaduw langer, maar schijnt de zon minder vaak. In de zomer is er de meeste zon, maar de zon staat dan hoger aan de hemel waardoor de schaduw van de windmolen aanzienlijk korter is.

De wettelijke norm voor slagschaduw is dat er zeventien dagen per jaar meer dan 20 minuten slagschaduw mag zijn. Alle andere dagen van het jaar moet dat minder zijn.

De initiatiefnemers van windpark De Drentse Monden en Oostermoer interpreteerden de norm zo dat er maximaal zes uur slagschaduw per jaar mag zijn. Dat is minder dan volgens de wettelijke norm zou mogen.

Die maximaal zes uur slagschaduw per jaar geldt voor woningen, scholen, verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen, kinderdagverblijven en psychiatrische instellingen in de omgeving van de windmolens.

Windmolens maken geluid. Wat je vooral hoort is het draaien van de wieken door de wind. Ook de ronddraaiende as, de tandwielen en de generator bovenin de windmolen produceren geluid, maar dat geluid is bij nieuwe windmolens niet meer te horen, Die zijn te goed geïsoleerd.

En dus is tegenwoordig de enige geluidsbron het draaien van de wieken. Ook dat geluid is verder te beperken, met wieken met een uilenvleugelstructuur.

Er zijn duidelijke wettelijke grenzen waarbinnen het geluid van de windmolens moet blijven. De maximale hoeveelheid geluid die windmolens op gevels mogen produceren is (Lden = 47 db(A)). Daarnaast geldt een ten hoogst toelaatbare waarde voor het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode van 41 dB.

In de stad is overdag het omgevingsgeluid zo hoog dat windmolens niet hoorbaar zijn. Het zou kunnen dat s nachts op sommige plekken, bij veel wind en met de ramen open, een windmolen hoorbaar is. Dit geluid is te verminderen door uilenvleugels te plaatsen op de wieken, door de locaties van de windmolens zorgvuldig te kiezen ten opzichte van woningen, en door stille draairegimes aan te houden in de nacht.

Doordat het niet altijd even hard waait, varieert het geluid van windturbines met de tijd. Ook is er een verschil tussen dag en nacht. Overdag is het geluid van windturbines in veel omgevingen vaak niet te horen, omdat er dan ook veel ander geluid is. ’s Nachts kan de windturbine beter te horen zijn.

Dicht in de buurt van een turbine is altijd een zoeven te horen, dat is het geluid van de naar beneden bewegende wiek. Ook op grotere afstand kan het geluid, voornamelijk ’s avonds en ‘s nachts, een ritmisch karakter krijgen. Dit wordt dan waargenomen als een zoevend, zwiepend of stampend geluid. Verder van de windturbine af wordt het geluid van de windturbine steeds zachter, en klinkt het wat lager of doffer.

Of je last hebt van het geluid van windturbines is in sterke mate afhankelijk van je persoonlijke situatie. Om geluidsoverlast voor omwonenden te beperken zijn er regels opgesteld: het jaargemiddelde geluidniveau als gevolg van een windmolen of windpark mag bij een woning van derden niet meer zijn dan 47 dB. Daarnaast geldt een ten hoogst toelaatbare waarde voor het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode van 41 dB.

Uit de literatuurstudie van het RIVM blijkt dat mensen hinder hebben van het geluid: hoe sterker (in dB decibel) het geluid van windturbines, hoe groter de hinder ervan.

Uit het meest recente rapport van de WHO blijkt dat er geen statistisch significante relatie is tussen windturbinegeluid en gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen.

Lees ook het rapport van RIVM (2020) en het door Pondera gepubliceerde artikel windturbinegeluid en gezondheid: feiten en fictie (2018)

Laagfrequent geluid is geluid dat bestaat uit bastonen die zich onder de gehoorgrens bevinden: beneden 100/125 Hz. De gehoorgrens verschilt van persoon tot persoon. Vooral de natuur produceert veel laag frequente geluiden: denk aan golven en wind. Maar ook de mens, met industriële installaties, huishoudelijke apparaten, luchtvaart, wegverkeer, ventilatie- en koelingssystemen, warmtepompen en inderdaad. Ook windturbines genereren geluid dat gedeeltelijk laag frequent geluid: het dankzij isolatie niet of nauwelijks meer te horen mechanisch geluid in de turbine, en het stromingsgeluid van de wieken. Bij moderne turbines overheerst het geluid van de wieken.

Heeft laagfrequent geluid effect op mensen?

het RIVM schat dat 2% van de mensen ernstige hinder ervaart van laagfrequent geluid – van al die verschillende bronnen.

Uit het meest recente rapport van de WHO blijkt dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen de blootstelling aan windturbinegeluid en mogelijke gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen.

Uit de al eerder genoemde literatuurstudie van het RIVM blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker (in dB decibel ) het geluid van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Er bleek niet uit dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid.

De laagfrequente (tot1Hz) draaisnelheid van de bladen van een windturbine wordt vaak ervaren als hinderlijk fluctuerend geluid en wordt soms verward met een lage geluidfrequentie”,

Beschermt de Nederlandse wetgeving tegen laagfrequent geluid?

De Nederlandse norm voor de geluidsbelasting buiten aan de gevel Lden is op 47dB gesteld. De nachtnorm is 41 dBLnight. In deze normen zijn ook laagfrequente geluiden opgenomen.

Bronnen: 

https://www.nwea.nl/laagfrequent-geluid-door-windturbines/
https://www.leefmilieu.nl/sites/www.leefmilieu.nl/files/imported/pdf_s/2013-06-03_RIVM-factsheet-LFG.pdf
https://ponderaconsult.com/windturbinegeluid-en-gezondheid-feit-en-fictie/
http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0008/383921/noise-guidelines-eng.pdf
https://www.rivm.nl/nieuws/overzicht-van-literatuur-over-gezondheidseffecten-geluid-windturbines

Er zijn mensen die bang zijn dat hun gezondheid verslechtert als er windmolens in de buurt komen. En dus deden bijvoorbeeld de GGD en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) al veel onderzoek. De conclusie uit al dat onderzoek is eenduidig: er is geen bewijs dat windmolens mensen ziek maken.

Ook van het laagfrequent geluid dat windmolens maken hebben wetenschappers niet aan kunnen tonen dat dat leidt tot gezondheidsschade. En zoals we al eerder zeiden, zijn er veel meer bronnen van laagfrequent geluid, zowel in de natuur als in de door de mens geschapen wereld vol verkeer en mechanische apparaten. Voor windmolens gelden geluidsnormen.

Lees meer over het onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden.

Ook de Correspondent over het onderwerp in Factcheck: ‘Windmolens veroorzaken gezondheidsschade bij omwonenden’

Het RIVM publiceerde in oktober 2020 een update onder de titel ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’. Of lees het volledige rapport.

Uit divers onderzoek blijkt dat woningen een paar procent minder waard kunnen worden, een effect dat in sommige gevallen slechts tijdelijk is. Na een tijdje stijgt de waarde weer.

Op de website van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) staat een overzicht van de onderzoeken.

In 2019 deden de UvA en de VU onderzoek in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De onderzoekers benoemen de volgende bevindingen:

  • De effecten variëren rond de 2 tot 5 procent.
  • De woningwaarde daalde relatief, tussen 1985 en 2019, gemiddeld zo’n 2% binnen 2km afstand van een turbine.
  • Na 2011 daalde de waarde sterker: van gemiddeld 1.3% voor 2011 naar gemiddeld 3% na 2011.

Wettelijk geldt een minimum niveau van woningwaardedaling van 2 procent. Daarvoor ontvangen bewoners geen planschade. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwacht 1 januari 2022) gaat dit percentage naar 4 procent.

Er zijn gemeenten die de WOZ-waarde van huizen nabij windmolens hebben verlaagd, als indicatie dat ze minder waard zijn geworden. Soms al voordat er windmolens staan. Daar staat tegenover dat het ook is gebeurd dat een verlaagde WOZ-waarde later weer is verhoogd, want bij verkoop bleek de woning toch helemaal niets minder waard te zijn.

Elektriciteit uit duurzame bronnen wordt goedkoper naarmate we er meer van produceren. Aangezien we nog maar net zijn begonnen is dat een goed bericht.

Voor andere, fossiele bronnen geldt dat niet of nauwelijks:

Ook zien we dat de prijs van wind en zon tussen 2009 en 2019 flink daalde. Ook dat gaat nog verder.

Ja, windmolens krijgen subsidie. De kostprijs van windenergie op land is nog altijd hoger dan de prijs op de energiemarkt. Een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) vult het verschil aan voor een maximaal aantal kWh en een periode van maximaal 15 jaar.

De prijs van stroom van windmolens daalt echter hard en dus ook de subsidie om ze rendabel te maken. Daar staat tegenover dat fossiele industrie ook en nog veel meer subsidie krijgt, met name in de vorm van belastingkortingen en belastingvrijstellingen voor grootverbruiker. De kosten van klimaatverandering bedraagt enkele miljarden.

Ja, ook wij krijgen subsidie. Een zorgvuldig proces vergt tijd en energie. We organiseren bijeenkomsten en we maken juridische kosten, communicatiekosten en kosten voor advies bij de ontwikkeling van projecten.

Bovendien zijn er aan het begin grote risico’s. Gaat die windmolen wel gebouwd worden? Daarvoor moet je éérst heel veel gesprekken voeren en heel veel dingen uitzoeken. Commerciële ontwikkelaars hebben die subsidie niet nodig, zij kunnen kosten spreiden over een groter portfolio aan projecten. Coöperaties hebben niet zo’n portfolio. De meeste coöperaties werken lokaal. Voor de meeste locaties is het hun eerste windproject. Daarom is Amsterdam Wind blij dat de gemeente Amsterdam de coöperaties met een subsidie steunt in deze allereerste fase. Zonder subsidie zou het risico voor onze leden eenvoudigweg te hoog zijn. Dan zouden alleen commerciële partijen kunnen inschrijven.

En zijn we dan zakkenvullers? Nee. Coöperaties zijn maatschappelijke ondernemingen zonder winstoogmerk. Als we al betaald worden dan is dat voor een tarief waar de meeste mensen hun bed niet voor uit komen. Wie z’n zakken wil vullen kan beter iets anders gaan doen.

Coöperaties hebben geen winstoogmerk, maar kunnen net als elk ander bedrijf wél winst maken. Alleen besteden ze die winst niet aan zichzelf, maar aan maatschappelijke doelen en aan uitkering van rente aan de leden die mee investeren de molens.

In de statuten van elke deelnemende coöperatie vind je waaraan de coöperatie de winst besteedt. De meeste coöperaties hebben naast duurzame energieproductie ook maatschappelijke doelen zoals het bevorderen van de energietransitie, en dus kennis delen,. Of energie besparen. Of het verbeteren van de leefbaarheid van het gebied rondom het project. De leden van de verschillende coöperaties beslissen over de besteding van de winst, op hun Algemene Ledenvergadering.

Er vliegt weleens een vogel tegen een windturbine aan, net zoals je misschien thuis weleens een vogel tegen je raam hebt gehad. Maar vergeleken met andere gevaren die vogels tegenkomen, komen windturbines helemaal achteraan.

Volgens schattingen sterven er door 1.800 Nederlandse windturbines zo’n 50.000 vogels per jaar. Gemiddeld zijn er 10-90 vogelslachtoffers per jaar per windmolen. In het verkeer onder er 2 miljoen vogels. De huiskat overtreft dit vele malen met 18 miljoen vogeldoden per jaar.

Steenkool doodt 25 keer zoveel vogels als windturbines, en kerncentrales zitten in dezelfde orde van grootte als windturbines:

De invloed van windturbines op vogels klein is wil niet zeggen dat we geen aandacht hebben voor: bij het milieueffectrapport gaan we kijken hoe we de effecten op vogels zo klein mogelijk kunnen houden. Gemiddeld zijn er 10-90 vogelslachtoffers per jaar. De hoeveelheid hangt sterk af van de locatie, het type windmolen, de soorten vogels en meer. Windmolens mogen niet in trekroutes gebouwd worden omdat er dan meer slachtoffers komen. Voordat er een windmolen komt wordt uitgebreid onderzocht wat de effecten zijn op de vogels die in het gebied leven.

Belangrijker dan botsingen is de verstoring door windturbines van voedsel-, rust- en broedgebieden. Hoe erg die verstoring is, hangt sterk af van de vogelsoort en de plek. Veel broedvogels kennen hun rust- en voedselgebieden zo goed, dat windturbines geen barrière zijn – ze vliegen er gewoon tussendoor. Sommige soorten, zoals eenden, ganzen, zwanen en steltlopers, houden liever flink afstand; dan kan er sprake zijn van verstoring.

Nou, ze kunnen de natuur ook een handje helpen. Namelijk door een deel van de opbrengst van de molens te investeren in die natuur. Windmolens en natuurgebieden kunnen een aantrekkelijke combinatie zijn.

De Windvogel noemt het idee Natuurwind: de cooperatie maakt afspraken met de grondeigenaar, zoals Staatsbosbeheer of een agrariër, over de investering in bossen en vogelweiden. De windmolens kunnen zo een positieve bijdrage leveren.

Wij zijn een groep mensen die zich op een positieve manier bezighoudt met het opwekken van schone energie. We vinden het belangrijk dat dit snel en goed gebeurt, met zo weinig mogelijk overlast bij omwonenden. Door de omwonenden zo vroeg mogelijk te betrekken en mee te laten profiteren van de windenergie, beperken we de weerstand. Iedereen kan meedoen, via een van de coöperaties, en investeren naar eigen draagkracht.

Nederland is dichtbevolkt en daarom zijn er altijd mensen zijn die op een windmolen uitkijken. Maar ook op kolencentrales, fabrieken, hoogspanningslijnen etc.

De vraag is: blijven we afhankelijk van vervuilende energie of kiezen we voor een schone toekomst voor onze kinderen en hoe doen we dat dan?

Als windmolens na bijvoorbeeld 30 jaar niet meer de beste oplossing blijken te zijn, kunnen we ze altijd weer afbreken. Ze hebben dan een tijd lang een bijdrage geleverd aan een schone wereld en het beperken van het nijpende klimaatprobleem. Daar maken we ook omwonenden van bewust.

Ook daar heven we als Amsterdammers invloed op. Er zijn namelijk nog geen afspraken over de stroomverkoop. In ieder geval wordt de stroom geleverd aan het net, via een stroomleverancier. Datacenters kunnen kopen de stroom kopen van de stroomleveranciers. Maar wij ook. Of de direct omwonenden. Met korting. Daar gaan we het over hebben. Heb je daar ideeën over? Praat dan mee.

Over meedoen

Ja. De gemeente geeft aan waar in Amsterdam windmolens kunnen komen. Als coöperaties gaan we samen met bewoners kijken waar ze in dat zoekgebied daadwerkelijk kunnen staan, hoe we hinder beperken en wat we doen met die stroom en de opbrengst. Dit proces hebben we beschreven in het Participatieplan.

Een van de manieren waarop we met bewoners en ondernemers in gesprek gaan is tijdens vier omgevingsberaden. (Zie aldaar.) Deze zijn inmiddels gestart, dus aanmelden is niet meer mogelijk. Je kunt wel langskomen voor een persoonlijk gesprek met de teamleden van Amsterdam Wind. Zij zijn elke donderdag te vinden op Kometensingel 44.

Maar er zijn ook andere manieren om mee te praten. De Gemeente Amsterdam is verplicht om formele inspraak te organiseren. Er zijn een aantal inspraakmomenten. De eerste die er nu aankomt is de inspraak over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, NRD. In deze notitie geven de initiatiefnemers aan – wij dus en NDSM Energie – wat er moet worden onderzocht om tot plaatsing van molens te kunnen overgaan. De NRD geeft aan welke vragen er in de Milieu Effect Rapportage, de MER, moeten worden beantwoord. Betrokkenen kunnen advies geven over de NRD in de vorm van een schriftelijke inspraakreactie en laten weten wat ze graag nog meer uitgezocht zouden zien. Nadat de onderzoeken uitgevoerd zijn, verschijnt de MER. Ook hier is inspraak op mogelijk, iedereen mag commentaar en kritiek geven.

Als dit is gebeurd en als de resultaten van de onderzoeken uitwijzen dat windmolens kunnen in het gebied, volgt de aanvraagprocedure voor de Omgevingsvergunning voor de daadwerkelijke bouw. Dan zijn we inmiddels aangeland in 2022. De Gemeente Amsterdam start dan een officieel inspraaktraject, met informatieavonden voor bewoners. Als de vergunning gegeven wordt, is er nog een mogelijkheid tot bezwaar en beroep.

Je kunt je naam en mailadres achterlaten via ‘Ik wil Amsterdam Wind’.

Daarnaast kun je lid worden van een van de vier Amsterdamse energie coöperaties. Elke coöperatie heeft zijn eigen doelen en accenten. Op de pagina Over Ons zie je een kort voorstelrondje en links naar de diverse sites. Kies een energiecoöperatie die het beste bij je past.

Lees verder

Andere websites waarop je veel antwoorden vindt ook vragen over windmolens zijn:

Betuwewind

De windvogel

Vlaardings Energiecollectief

Drentsemonde (over gezondheid)

Wattisduurzaam (voor- en nadelen van windenergie)

Heb je een andere vraag?

Laat het ons weten op: info@amsterdam-wind.nl