Wat betekent de uitspraak van de Raad van State voor onze plannen?

De normen voor windmolens liggen momenteel onder een vergrootglas. Door een uitspraak van de Raad van State in windpark Delfzijl moeten de Nederlandse normen opnieuw onderzocht worden, omdat er voor nieuwe windparken niet meer mag worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. Critici van windmolens grijpen de uitspraak aan om te proberen windprojecten stil te laten leggen of te vertragen, door op te roepen om te wachten op de Rijksoverheid. De Rijksoverheid geeft echter aan dat gemeenten ook lokale normen kunnen opstellen. Voordeel daarvan is dat de normen opnieuw tegen het licht worden gehouden. Daar krijgen we betere regels van, die beter zijn te handhaven.  Initiatiefnemers, zoals coöperaties, zien hier een kans om in gesprek te gaan met de omgeving en tot maatwerk te komen.

 

Omgevingsproces kan doorgaan

Voor het windproject Noorder IJ-plas en Cornelis Douwesterrein is op 5 juli het participatieproces voortgezet. In dit proces is het doel om te komen tot een voorkeursopstelling door een gedetailleerd onderzoek (milieueffectrapportage) naar de mogelijkheden van verschillende windmolen-opstellingen, en de impact daarvan op de omgeving. We willen in overleg met de omgeving een goed optimum vinden tussen de hoeveelheid opgewekte energie, en het beperken van eventuele hinder door geluid en slagschaduw.

De gemeente Amsterdam heeft op 5 juli aangegeven dat het belangrijk is dat dit participatieproces doorgaat, zodat het gesprek over de impact van een eventueel windpark vorm krijgt en houdt. Geluid en slagschaduw zijn hier een belangrijk onderdeel van.

 

Hoe kunnen we lokaal maatwerk leveren?

We willen het proces met de omgeving en de resultaten van de milieueffectrapportage voor het project inzetten om te komen tot ‘Amsterdamse’ en een voorkeursvariant. Omdat dit een specialistische en zorgvuldige onderbouwing behoeft, werken we samen met adviesbureau Bosch & van Rijn. Indien de gemeente ervoor kiest om zelf gekozen normen te hanteren, moeten deze zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering.

De geluidsstudies houden rekening met geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) in de omgeving.

Dit proces kan sneller verlopen dan het wachten op de normstelling van de Rijksoverheid. Vanuit het Rijk komt er bovendien ondersteuning van gemeenten en provincies bij het motiveren van de besluiten over eigen normstelling (website en helpdesk).

Amsterdam Wind vindt het een voordeel dat de gemeente zelf de regie behoudt over de snelheid en het proces. We kunnen op deze manier doorgaan met de omgevingsberaden en we kunnen bovendien veel locatie-specifieker te werk gaan, wat aansluit bij vragen van omwonenden tijdens het eerste omgevingsberaad.

Hoe kan de milieueffectrapportage eruit zien?
De milieueffectrapportage is bedoeld als onderbouwing bij de vergunningaanvraag, om ruimtelijke afwegingen te kunnen maken, en bevat onderzoeken naar de effecten van het windpark, zoals geluid en slagschaduw. In de Notitie Reikwijdte en detailniveau (het vertrekpunt voor de milieueffectrapportage) beschrijven we hoe we dit willen gaan doen. In de vergunningaanvraag komt een onderbouwing van de gekozen voorkeursvariant en normstelling.

 

Meer informatie

Veel gestelde vragen over de geluidnorm 

  • Kunnen we niet de WHO norm van 45 dB gebruiken? Voor het toepassen van welke norm dan ook geldt dat er een nadere onderbouwing nodig is. Deze onderbouwing dient vervolgens te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag, die vervolgens een afweging kan maken of het project daarmee ruimtelijk aanvaardbaar is. Dit geldt dus ook voor de WHO-norm.
  • Kunnen we geen andere Europese normen gebruiken? Er zijn geen uniforme Europese normen voor het beoordelen van geluid. Het gaat erom een bepaalde mate van geluidsbelasting te vinden die acceptabel is voor Nederland, passend bij de energiedoelstellingen die we hebben.

Achtergrond

De RvS heeft gesteld dat de landelijke normen voor windmolens in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zijn getoetst via een milieueffectrapport, en nu niet meer bruikbaar zijn, totdat ze getoetst zijn.

 

 

 

 

Paul Vreuls (69): “Ik zou ook mopperen als ik een windmolen in mijn achtertuin kreeg. Maar ik zou niet meteen nee roepen”

Paul Vreuls is journalist/tekstschrijver en woont in Amsterdam-Oost. Hij raakte een aantal jaar geleden betrokken bij Amsterdam Energie. Als “brave burger” vond hij dat er veel te weinig actie werd ondernomen op klimaatverandering. Bovendien was hij net verhuisd: altijd een goed moment om naar de beste energieleverancier op zoek te gaan. Op alle duurzaamheidslijstjes staat Amsterdam Energie bovenaan. Dat gaan we doen, dacht Paul. Sindsdien heeft duurzame energieopwek in Amsterdam hem niet meer losgelaten.

De coöperatieve gedachte achter Amsterdam Energie heeft Paul altijd aangesproken. “Commerciële energiemaatschappijen moeten hun aandeelhouders tevreden stellen. Die zijn eerst en vooral geïnteresseerd in geld. Maar winstmaximilisatie is juist niet wat de wereld nu nodig heeft. Zorg om het klimaat, dat hebben we nodig.” Tegen die achtergrond is een coöperatie zo’n mooi model, vindt Paul. “In een energiecoöperatie ben je zélf de aandeelhouder. Bepaal jij samen met de andere leden het beleid. Dat beleid is niet gericht op zoveel mogelijk geld verdienen maar om op een duurzame manier en tegen een concurrerende prijs energie op te wekken.” Het verbaast Paul dat nog niet elke Amsterdammer lid is van een energiecoöperatie. “Als je een nieuw scheerapparaat koopt, doe je van tevoren toch ook even wat vergelijkend onderzoek? Mensen zullen zien dat energiecoöperaties in alle opzichten verreweg het beste scoren.”

 

Vervelende klusjes

Amsterdam Wind, de windenergie-tak van Amsterdam Energie, kwam al gauw op Pauls pad. “In principe maakt het mij niet uit hóe we energie opwekken, als het maar duurzaam is.” Tegelijkertijd realiseerde hij zich dat windenergie in Amsterdam een pittige opgave zou worden. “Maar wel een opgave die we nou eenmaal hebben. Je kunt het opknappen van de vervelende klussen altijd wel naar de periferie willen doorschuiven. Maar daar waar we zelf een bijdrage kunnen leveren, moeten we dat doen.”

“Je kunt het opknappen van de vervelende klussen altijd wel naar de periferie willen doorschuiven. Maar daar waar we zelf een bijdrage kunnen leveren, moeten we dat doen.”

Makkelijk praten

Voor de NIMBY-argumentatie van veel tegenstanders kan Paul niet altijd begrip opbrengen. “Iedereen is voor groene energie. Zolang er maar geen windmolens bij hem of haar in de buurt komen. Dan moeten ze ineens ergens anders heen. Maar ‘ergens anders’ wonen ook mensen. Dat schiet natuurlijk niet op. Soms moet je je voor de goede zaak ergens overheen zetten. Windmolens moeten érgens staan.” Bezwaren moeten natuurlijk serieus genomen worden, zegt Paul, maar “wees reëel”. Dat mensen zich zorgen maken, begrijpt hij. Maar dat die bezorgdheid omslaat in een afwijzing van álle windmolens, lijkt hem weinig zinvol. “De energietransitie vraagt nu eenmaal offers. En ja, als ik een windmolen in mijn achtertuin kreeg, zou ik ook mopperen. Maar ik zou niet meteen nee roepen.”

 

Tijdelijke oplossing

Volgens Paul is het verstandig bij het plannen van windmolens zo vroeg mogelijk met de omgeving in gesprek te gaan. “Uit onderzoek blijkt keer op keer: verzet tegen windmolens wordt kleiner als de omgeving kan meeprofiteren van de opbrengsten. Dus we moeten Amsterdammers laten zien: die windmolens zijn er niet alleen voor de leden van Amsterdam Wind, maar ook voor jullie, buurtbewoners! Bijvoorbeeld doordat jaarlijks een deel van de opbrengst naar een buurtfonds gaat.”

 

 

Meld je aan voor het eerste omgevingsberaad op 5 juli

Lag onze uitnodiging in de bus samen met de wekelijkse folders? Heb je de flyer ontvangen? Of iets gezien in een buurtapp? Dan ben je hier aan het goede adres.

Je kunt je opgeven tot 30 juni 12:00.

Amsterdam Wind en NDSM Energie gaan aan de slag om windmolens te bouwen in het Noorder IJ-plas gebied en het Cornelis Douwesterrein. Dit doen we niet alleen, maar in overleg met buurtgenoten: bewoners, ondernemers en andere betrokkenen. We kunnen alleen komen tot een goed plan, als we alle aspecten van de bouw grondig hebben uitgezocht. Hoe zit het met slagschaduw? Kan het hier in verband met de leidingen in de grond? Hoe zit het met de vogels en vleermuizen op deze plek? Hoe kunnen buurtbewoners meedelen in de winst? Deze en andere vragen moeten eerst worden beantwoord.  Wij willen de beste locaties vinden en er in goed overleg uitkomen.

Er komen omgevingsberaden: op vier avonden gaan 40 betrokkenen samen alle zaken die te maken hebben met de bouw van windmolens bespreken en (laten) uitzoeken. Het eerste omgevingsberaad vindt plaats op maandagavond 5 juli. Inwoners van Noord en omgeving kunnen zich hier voor opgeven. Er zijn 40 plekken te vergeven: als er meer aanmeldingen zijn dan plekken, wordt er geloot. Waarom maar 40, oftewel vier groepen van 10? Zodat iedereen aan tafel aan het woord kan komen. Het is wel de bedoeling dat deelnemers aan alle vier de avonden deelnemen.

Het is niet meer mogelijk om je aan te melden voor deelname aan de omgevingsberaden. Wil je graag op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief via deze link.

Hiernaast gaan we op andere manieren met de buurt in gesprek. Bij mensen thuis. Of via buurtbijeenkomsten. Op deze buurtbijeenkomsten kunnen veel meer mensen terecht. De eerste grote buurtbijeenkomst staat vooralsnog in september gepland.

Lees verder>>>

Aleida Verheus: “Zo’n beetje heel Nederland is wel iemands achtertuin”

Aleida Verheus

Aleida (52) werkt als adviseur bij De WarmteTransitieMakers, een bureau dat gemeentes adviseert over hoe ze zo concreet mogelijk aan de slag kunnen met de warmtetransitie. Met haar jarenlange ervaring als duurzaamheidsadviseur (voor o.a. VvE’s en bewonersadviesbureaus) is Aleida altijd op zoek naar de beste manier om duurzame oplossingen voor iedereen toegankelijk en dus betaalbaar te maken. “Het gaat mij niet om de techniek, ik zoek oplossingen waar mensen echt warm voor lopen.” En die integrale visie brengt ze ook in de praktijk als het om windenergie gaat.  

Aleida woont al veertien jaar in Amsterdam-Noord, vlak bij een van de zoekgebieden voor een Amsterdamse windmolen. Laat die maar komen, zegt Aleida, die zich niet kan vinden in de bezwaren van sommige omwonenden. “Hij komt echt een flink eind van de huizen af te staan. En er ligt een dikke snelweg tussen waar we véél meer last van hebben.” Energiecoöperaties waren Aleida dankzij haar werk natuurlijk al jaren bekend. Zodra ze lucht kreeg van mogelijke windmolens in Amsterdam, sloot ze zich ook direct aan bij Amsterdam Wind. “Ik zou het liefst een coöperatieve molen in mijn achtertuin neerzetten, en alle buren laten meeprofiteren van de opbrengst. Zodat ze zien dat het echt kan. En dat het niet eng is.”

 

‘Geen ziekmakende windmolens’

Aleida steekt haar mening over windmolens niet onder stoelen of banken en gaat het gesprek over windenergie graag aan. Zo deed ze recent nog een oproep aan haar stadsgenoten: stop met klagen, want elke windmolen telt. De grote kranten wilden het stuk niet plaatsen, vertelt Aleida. Waarom niet? “Tja, een geluid vóór windmolens, dat vinden mensen kennelijk niet spannend. We luisteren nou eenmaal liever naar mensen die ergens tégen zijn.” Ook al herhalen die vaak dezelfde riedel, zoals: waarom zetten we die windmolens niet op zee? Aleida zucht: “We zétten ze al op zee. Prima als je ergens tegen bent, maar informeer jezelf dan tenminste.” Overigens luistert Aleida wel écht naar de argumenten van tegenstanders van windenergie. “Zoals bij alle ingrijpende veranderingen moet je goede voorwaarden met elkaar afspreken. Genoeg afstand tot woongebied, dat is logisch. Tegenstanders gaan er vaak wel heel makkelijk vanuit dat het niet goed geregeld wordt. Ze zeggen: wij willen geen ziekmakende windmolens. Maar die wil ik natuurlijk ook niet! Daar wordt genoeg onderzoek naar gedaan, daar vertrouw ik op.”

 

Een windmolen in de volkstuin

Maar dat vertrouwen is niet vanzelfsprekend, ervaart Aleida om zich heen. “Windmolens zitten in een raar verdomhoekje waar een enorm appèl wordt gedaan op angst. Maar die angst is echt niet nodig.” Vanuit haar werkervaring kan ze zeggen dat coöperatieve energieprojecten volledig te goeder trouw worden aangepakt. Een beetje overlast is alleen niet helemaal uit te sluiten. “En dat is hartstikke rot voor degenen die er last van krijgen. Maar het klimaatprobleem is nóg rotter, wat mij betreft. Dat gaat over veel meer dan een beetje overlast.” Aleida vindt de angst voor overlast in en om Amsterdam extra vreemd, omdat daar al windmolens staan “waar je nooit iemand over hoort”. En het argument van bewoners die ‘heus niet tegen windenergie’ zijn, zolang het maar niet bij hen in de buurt is? Aleida: “Dat kun je eigenlijk niet zeggen in Nederland. Zo’n beetje heel Nederland is wel iemands achtertuin. We hebben hier geen lege vlaktes. Dus als wij onze doelstellingen willen halen als land, moet iedereen daar een beetje voor meebewegen.”

 

Aan je kinderen uitleggen

Overigens verwacht Aleida dat het zoekgebied in de buurt van haar huis uiteindelijk zal afvallen. Daar is plek voor slechts één windmolen; het is natuurlijk efficiënter om er meer tegelijk te plaatsen. Bij Schellingwoude, waar Aleida een volkstuintje heeft, kan dat wél. Veel van haar mede-tuinders zijn fel tegen de komst van windmolens. Aleida krijgt regelmatig uitnodigingen voor demonstraties. “Ik probeer mijn mede-tuinders dan uit te leggen dat een windmolen niet alleen noodzakelijk is, maar ook allemaal voordelen biedt. Hoe leuk zou het zijn als we met de hele volkstuinvereniging samen een coöperatieve windmolen bezitten?”
Al met al is Aleida optimistisch — daarvoor heeft ze ook genoeg mooie voorbeelden gezien in haar carrière als duurzaamheidsadviseur. Natuurlijk gaat er ook weleens iets mis. “Maar het klimaatprobleem is een te grote bedreiging op dit moment. En dat moeten we oplossen, met alle middelen die we hebben. Ik zou het niet aan m’n kinderen kunnen uitleggen als ik niet vóór windenergie was.”

 

 

Ibrahim: “We hoeven windmolens niet leuk of mooi te vinden, maar we moeten er wel aan wennen”

Ibrahim Hashish (25) mocht als bewoner van ‘Little Manhattan’ (in Amsterdam Nieuw-West) een nieuwe energieleverancier kiezen en kwam zo bij Amsterdam Wind uit. Hij werd meteen lid van de coöperatie en is fan van deze bottom-up uitvoering van de energietransitie. Voor Ibrahim zijn windmolens geen heilig doel, maar een middel. Hij beziet het nuchter: “Natuurlijk ben ik voor groene stroom. Maar we moeten zeker niet al onze pijlen op windenergie richten.” 

Die nuchtere houding is misschien ook geen wonder, met zijn technische achtergrond: Ibrahim deed de opleiding tot maritiem officier en specialiseerde zich in werktuigbouwkunde. Nu werkt hij als werktuigkundige bij de afvalenergiecentrale in het Westelijk Havengebied. “Officieel wekken wij ook groene stroom op, want afval is een reststroom. Maar als ik mensen vertel waar ik werk, beginnen ze altijd over die twee torens: wat voor rook komt daaruit? Dat kan toch niet goed zijn voor het milieu? Ik probeer altijd uit te leggen dat we de verbranding zo schoon mogelijk laten verlopen, maar helemaal zonder uitstoot kan het niet. En wat wil je anders doen met de tonnen afval uit de stad?”

Met één oog
Het tekent Ibrahims realistische kijk op energieopwekking. Die kijk heeft hij ook als het om windmolens gaat. “Natuurlijk moeten we investeren in windenergie. Het is een van de oplossingen in de mix. Elke manier om groene stroom op te wekken en dus uitstoot te verminderen, moeten we aangrijpen.” Maar voor Ibrahim zijn windmolens niets meer dan een middel – een van de vele middelen, om precies te zijn. “We moeten zéker niet alles in wind investeren, want de technologie gaat als een speer. Zonne-energie levert steeds meer op en ook de perspectieven voor waterstof zien er goed uit. Het zou zonde zijn om nu overal windmolens neer te zetten als dat over twintig jaar niet meer het meest efficiënte middel blijkt te zijn.” Ibrahim blijft steeds ‘met één oog’ naar andere oplossingen kijken.

Ibrahim Hashish

Weerstand
Ibrahim hoort om zich heen wel dat er weerstand is tegen windmolens in en om Amsterdam, en dat begrijpt hij wel, “al ken ik persoonlijk niemand die zich er echt over opwindt.” Hij geeft aan dat de mogelijke negatieve gezondheidseffecten van windmolens goed onderzocht moeten worden voordat er iets gebouwd wordt. “Want stel dat je ze weer af moet breken, dat zou toch ongelofelijk zonde van het geld zijn.”

Eraan geloven
Uit die opmerking spreekt opnieuw Ibrahims nuchtere, zakelijke kijk op windenergie. “Ik kijk vooral naar het financiele plaatje. En tegelijkertijd weet ik ook: we moeten er echt aan geloven dat groene stroomopwek omhoog gaat. Als dat betekent dat een windmolen dichterbij de stad gebouwd moet worden: so be it.” Natuurlijk is het vervelend voor mensen die hun omgeving drastisch zien veranderen. “Niemand wil zo’n ding in z’n uitzicht. En als jouw uitzicht verpest wordt door een windmolen, dan moet je gecompenseerd worden. Door de gemeente of door degenen die de molens neerzetten.” Tegelijkertijd pleit Ibrahim voor iets meer balans in het debat. Hij hoort tegenstanders van windenergie zelden met alternatieve oplossingen komen.

Geen tijd te verliezen
“We hoeven ze niet leuk of mooi te vinden die windmolens, maar we moeten er wel aan wennen,” besluit Ibrahim. “We hebben geen tijd meer om lang te treuzelen. Misschien ontwikkelt de technologie zich wel zo snel dat ze over twintig jaar weer uit het landschap kunnen verdwijnen – maar daar kunnen we niet op gaan zitten wachten.”

 

Windmolens en gezondheid: een goede buur zijn

De gemeente en inwoners van Amsterdam worstelen met de vraag of er gezondheidseffecten zijn van windmolens en hoe we die kunnen beperken. Amsterdam Wind volgt op dit gebied de wettelijke kaders en wetenschappelijke experts van RIVM en GGD Amsterdam.

Op 19 april waren o.a het RIVM en de heer de Laat (LUMC) aanwezig op een bijeenkomst die de gemeente Amsterdam over gezondheid en hinder organiseerde. Die kun je hier terugkijken: https://vimeo.com/539252458/27772bf30d

Amsterdam Wind zette ook de feiten voor je op een rij en legt uit hoe cooperaties een goede buur kunnen zijn door hinder te beperken.

  1. Windmolens zijn schoon

Voor de meeste mensen leveren windmolens geen problemen op voor de gezondheid maar juist voordelen. De lucht wordt schoner en we gaan klimaatverandering tegen. Voor een kleine groep omwonenden kán er hinder optreden door het geluid maar dat is niet altijd het geval. Met een goede coöperatieve aanpak kunnen we hinder bovendien beperken, bijvoorbeeld door te kiezen voor stille turbines en goede locaties.

Bij een afweging over het wel of niet plaatsen van windmolens moeten we eerst de vergelijking met andere energiebronnen maken. Netto verbetert de luchtkwaliteit ten opzichte van fossiele bronnen. Daarmee zorgen windmolens dus op de gehele bevolking bekeken juist voor minder gezondheidsschade.

  1. Geen gezondheidsschade

Het RIVM heeft uitgebreid onderzoek gedaan en trekt een eenduidige conclusie: er is geen bewijs dat windmolens mensen ziek maken. Een kleine groep direct omwonenden kan wel mogelijk hinder ondervinden, maar onderzoek kan geen causaal verband vinden tussen deze hinder en gezondheidseffecten. De hinder en ergernis die mensen mogelijk kunnen hebben van windmolens, komt niet alleen door het geluid maar heeft ook te maken met hoe mensen tegenover windmolens staan. https://www.rivm.nl/geluid

Hoeveel last iemand heeft van het geluid hangt af van de context en de locatie. De ontvanger speelt een rol. Iemand die windmolens als indringers beschouwt, zal eerder last hebben van het geluid. Iemand die ze ziet als schone energiebronnen heeft meestal geen last. Er bestaat een sterk verband tussen de mate waarin windmolens als landschap verstorend worden gezien en de mate waarin mensen klachten ervaren van de turbines. Wat je van windmolens vindt, blijkt cruciaal in het ontstaan van gezondheidseffecten. Als je windmolens ziet en je vindt ze storend, heb je eerder last van het geluid. In het artikel van De Correspondent lees je meer over hoe dit werkt.

Windmolens maken geluid. Soms moeten we een stapje terug doen om te beseffen wat we allemaal al accepteren. Van de snelweg accepteren we al heel lang forse gezondheidsschade. Het is bewezen dat fijnstof onze longen ziek maakt. Het is bewezen dat het geluid van de snelweg op sommige plekken te hard is en mensen er slecht van slapen of hoge bloeddruk van krijgen. Van windmolens is dit niet bewezen, terwijl windmolens al lang onderdeel uitmaken van ons landschap. Wel zijn er een paar individuele windparken waarbij veel omwonenden last hebben van geluid. De windmolens staan daar te dichtbij of er is iets mis met de techniek. Dat moeten we te allen tijde voorkomen!

  1. Laagfrequent geluid

Van laagfrequent geluid is nooit aangetoond dat dit gezondheidsschade veroorzaakt. Laagfrequent geluid bestaat al heel lang en is overal om ons heen: door verkeer, industrie en elektrische apparaten. We juichen onderzoek naar laagfrequent geluid wel toe, omdat er steeds meer laagfrequent geluid om ons heen ontstaat.

Meer info over Laagfrequent geluid:  https://www.rivm.nl/sites/default/files/2020-09/Factsheet%20laagfrequent%20geluid.pdf.

  1. De afstand: windmolens verder weg vermindert hinder

Het geluid van windmolens neemt sterk af met de afstand. Dus hoe verder weg, hoe minder geluidhinder. Dat pleit er dus voor om windmolens verder weg van woningen te plaatsen.

In de Nederlandse wet accepteren we 8 tot 9% gehinderden rondom windmolens. Deze norm is destijds zo opgesteld omdat dit acceptabel wordt geacht. Net als dat we een bepaald aantal gehinderden door wegverkeer accepteren. Nederland is dichtbevolkt en daarom kunnen de windmolens niet op 2 km afstand van woningen.

Ter vergelijking: bij verkeerslawaai geldt voor bestaande woningen een “voorkeurswaarde” van Lden = 48 dB(A), maar er kan een ontheffing worden verleend tot een maximale grenswaarde van Lden=58 dB(A) (buiten de stad). In bepaalde situaties is zelfs een geluidsniveau tot 68 Db(A) toegestaan. Dit is aanzienlijk hoger dan bij windmolens is toegestaan (NB: 10 dB meer wordt ervaren als 2x zo hard).

Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor de vuistregel die je wel eens hoort: 10 x de tiphoogte als afstand aanhouden tot windturbines. Er zijn ook onderzoeken waaruit blijkt dat mensen nog steeds hinder hebben op 2 kilometer afstand, wat niet van het geluid kan komen want de molens zijn dan niet meer hoorbaar.

5. Coöperatieve aanpak: hinder verminderen

Amsterdam Wind is een samenwerking van coöperaties. Coöperaties willen de energietransitie verder brengen met oog voor de omwonenden. Omdat coöperaties geen winstoogmerk hebben, kunnen ze maatregelen nemen die een beetje ten koste gaan van de opbrengst, maar beter zijn voor omwonenden:

  • Stillere windturbines kiezen
  • ‘Uilenveren’ op de wieken plaatsen
  • Goede afstanden kiezen in het ontwerp
  • Gevelisolatie bij de woningen dichtbij
  • Slagschaduw tot minimum beperken door een stilstandregeling

6. Coöperaties als goede buur

Via lokaal eigendom ben je samen mede-eigenaar van de windmolens en kun je dus een goede buur zijn. Coöperaties hoeven niet de hoogste winst en kiezen ervoor om hinder te beperken. We maken hierover afspraken op maat met de buurt.

Je stoort je ook veel minder aan een windmolen die deels van jou is. Sterker nog: het maakt best een beetje trots dat ‘jouw’ molen schone energie opbrengt en ook nog eens profijt levert voor de buurt!

Verder lezen

Lees meer over het onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden.

Ook “de Correspondent” over het onderwerp in Factcheck: ‘Windmolens veroorzaken gezondheidsschade bij omwonenden’

Het RIVM publiceerde in oktober 2020 een update onder de titel ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’. Of lees het volledige rapport.

 

 

 

Hoe werkt een energiecoöperatie?

Iedereen kan lid worden van een energiecoöperatie. Een coöperatie heeft een gezamenlijk doel: samen de energietransitie verder op weg helpen.

Windenergie is nou eenmaal een onderdeel van de oplossing voor het klimaatprobleem

Windenergie is nou eenmaal een onderdeel van de oplossing voor het klimaatprobleem, zegt Michiel Warmer (36)

Hoe zit het met windmolens en vogels?

Windmolens hebben effect op vogels, en daar houden we rekening mee. En we plaatsen het effect ook graag in perspectief.